Dividendlekkage: hoe kun je het voorkomen?

justETF Logo

Wat is dividendlekkage, wat kost het en welke rol spelen de vestigingsplaats en replicatiemethode van een ETF?

Dividendlekkage: hoe kun je het voorkomen?
 
  • Niveau: Beginner
  • Leestijd: 8 minuten
Wat kun je verwachten in dit artikel?

Wat is dividendlekkage?

Twee ETF's volgen dezelfde wereldwijde index. Beide ETF’s hebben dezelfde replicatiemethode, dezelfde totale kostenratio (TER) en dezelfde handelsvaluta. Na een periode van vijf jaar presteert een van de twee toch aanzienlijk beter. Een groot deel van dat verschil heeft vaak niets te maken met hoe goed het fonds beheerd wordt. Het komt echter neer op de belasting die op dividenden wordt ingehouden, lang voordat het geld bij jou terechtkomt.
Dit fenomeen staat bekend als dividendlekkage, oftewel dividendverlies. Het is het deel van de buitenlandse bronbelasting dat niemand gedurende het proces terug kan krijgen.
Gedurende dit proces zijn er twee punten waar belasting wordt ingehouden, en een derde punt waar je persoonlijk bij betrokken bent.
  • Bij de bron: wanneer een bedrijf dividend uitkeert, houdt het land van herkomst belasting in voordat het geld het land verlaat. Dit percentage verschilt per land, zo heeft de VS een wettelijk tarief van 30 %, Zwitserland houdt 35 % in, en Nederland hanteert 15 %. Dit gebeurt voordat jouw fonds ook maar iets ontvangt.
  • Bij het fonds: of het fonds een deel daarvan kan terugvorderen hangt af van het belastingverdrag tussen het bronland en het land waar het fonds geregistreerd is. Wat niet kan worden teruggevorderd is voorgoed verloren.
  • Bij jouw belastingaangifte: als het fonds zelf belasting inhoudt op de distributies naar jou, kun je volgens de Nederlandse wetgeving dat bedrag mogelijk in mindering brengen. Dit geldt voor bepaalde structuren, en dit is waar de Nederlandse situatie afwijkt van die in het grootste gedeelte van Europa.
justETF tip: dividendlekkage vindt plaats binnen het fonds, wat betekent dat zowel accumulerende als distribuerende ETF’s in gelijke mate hierdoor worden beïnvloed. De keuze tussen beide heeft invloed op het moment waarop je inkomsten ontvangt, niet op de hoogte van de belasting die gedurende de periode is ingehouden.

Waarom de vestigingsplaats van het fonds het grootste deel van het werk doet.

Ongeveer 70 % van een standaard MSCI World- of FTSE All-World-index bestaat uit Amerikaanse aandelen. Daardoor is het Amerikaanse bronbelastingtarief de belangrijkste variabele in de gehele berekening.
Ierland heeft een dubbelbelastingverdrag met de VS waardoor de bronbelasting op Amerikaanse dividenden wordt verlaagd van 30 % naar 15 % voor in Ierland geregistreerde fondsen. Luxemburg heeft ook een belastingverdrag met de VS, maar door de voorwaarden daarin geldt het lagere tarief meestal niet voor beleggingsfondsen, die daardoor doorgaans het volle tarief van 30 % betalen.
Dat ene verschil is grotendeels de reden waarom Ierland de belangrijkste vestigingsplaats voor ETF’s in Europa is geworden.
Nederland staat op de derde plaats. In Nederland geregistreerde fondsen met de status van fiscale beleggingsinstelling (FBI) profiteren ook van een verdragstarief van 15 % op Amerikaanse dividenden. Bovendien kan een FBI buitenlandse bronbelasting en Nederlandse dividendbelasting die op fondsniveau zijn betaald, verrekenen met de Nederlandse dividendbelasting die het bij de distributie moet afdragen. In feite wordt de bronbelasting aan jou doorberekend in plaats van verloren te gaan binnen het fonds, en kun je deze vervolgens in jouw eigen belastingaangifte verrekenen.

Vestigingsplaatsen vergelijken

Ierland (IE) Luxemburg (LU) Nederland (NL)
Amerikaanse bronbelasting op fondsniveau 15 % via belastingverdrag Meestal 30 % 15 % via belastingverdrag
Inhouding op distributies aan jou Geen Geen 15 % Nederlandse dividendbelasting
Door jou terug te vragen Nee Nee Ja, via je aangifte
Accumulerende opties Ruim verkrijgbaar Ruim verkrijgbaar Niet beschikbaar
Aanbod aan fondsen Zeer groot Groot Klein

Wat kost het in de praktijk?

De kosten van dividendlekkage kun je relatief eenvoudig berekenen.
Neem een wereldwijde index met een dividendrendement van ongeveer 1,7 % en een weging van de VS van ongeveer 70 %. Een extra bronbelasting van 15 % op het Amerikaanse deel komt neer op 0,70 x 1,7 % x 15 %, oftewel zo’n 0,18 % per jaar. Dat is meer dan de jaarlijkse kosten (TER) van de goedkoopste wereld-ETF’s op de markt.
Aangezien dit bedrag wordt afgetrokken van de inkomsten die anders zouden worden herbelegd, werkt het in je nadeel zolang je het fonds aanhoudt. Dit bedrag varieert mee met het dividendrendement. Bij een strategie gericht op hoog-dividendrendement heeft die 15 % een aanzienlijk grotere invloed op je rendement.

Welk effect heeft het op je inkomstenbelasting?

Voor de Nederlandse belegger heeft de vestigingsplaats een extra dimensie die in Europese vergelijkingen doorgaans buiten beschouwing wordt gelaten.
Neem de VanEck Morningstar Developed Markets Dividend Leaders UCITS ETF (ISIN NL0011683594) even als voorbeeld. Dit fonds is in Nederland geregistreerd, heeft de FBI-status en keert elk kwartaal dividend uit. De Nederlandse dividendbelasting van 15 % die op die distributies wordt ingehouden is een voorheffing. Deze voorheffing kun je later verrekenen met de belasting die je verschuldigd bent over jouw box 3-vermogen.
Opvallend is dat VanEck dezelfde strategie ook in een Ierse structuur hanteert (ISIN IE000QYDXKV5), tegen dezelfde totale kostenratio (TER). De keuze tussen beide is daarom bijna uitsluitend een kwestie van belastingstructuur, en niet zozeer van productkwaliteit.
Het kan verleidelijk zijn om te concluderen dat de Nederlandse structuur simpelweg beter is en het daarbij laten. De voor- en nadelen verdienen echter evenveel aandacht:
  • Distributie is verplicht: de FBI-regels kennen een doorstootverplichting. Dat is een verplichting tot distributie van winst, waardoor er geen accumulerende fondsen beschikbaar zijn. De herbelegging kun je uiteraard zelf uitvoeren, maar dat kost extra moeite.
  • Het aanbod is beperkt: Er bestaan slechts een handvol in Nederland geregistreerde ETF’s, en deze volgen doorgaans dividendgerichte of anderszins gespecialiseerde indices in plaats van brede markten. Optimalisatie vanuit een fiscaal oogpunt kan betekenen dat je genoeg moet nemen met een andere blootstelling aan beleggingen.
  • De lopende kosten zijn vaak hoger: een gespecialiseerd in Nederland geregistreerd fonds kan een totale kostenratio (TER) hebben die meerdere keren zo hoog is als die van een wereldwijde kernindex, waardoor het voordeel aan belastingvoordeel teniet kan worden gedaan.
Het gaat er niet om dat een structuur de beste is. Het gaat erom dat dividendlekkage een van de factoren is die het netto rendement beïnvloeden, naast de kosten, de kwaliteit van de indexvolging en de vraag of het fonds je de gewenste beleggings blootstelling geeft.

Replicatiemethode als tweede hefboom.

De vestigingsplaats is niet de enige structurele factor. De replicatiemethode van de ETF speelt namelijk ook een rol in dit proces.
Een synthetische ETF houdt de onderliggende aandelen niet aan. Het index rendement wordt bepaald op basis van een total-return-swap. Op grond van Amerikaanse belastingwetgeving zijn swaps die zijn afgesloten op bepaalde kwalificeerde indices, waaronder de S&P 500, vrijgesteld van bronbelasting op dividenden. Een synthetische ETF op een dergelijke index kan daarom het bruto-index rendement ontvangen, zonder enige tussenkomst van Amerikaanse bronbelasting.
Uit resultaten uit het verleden is gebleken dat dit heeft geleid tot een aanhoudend prestatievoordeel voor synthetische ETF’s die indices volgen met een groot deel aandeel Amerikaanse aandelen.
De keerzijde hiervan is het tegenpartijrisico. De UCITS-regels, een regelgevingskader voor beleggingsfondsen en ETF’s, stellen een maximum aan die blootstelling. Toch gaat het om een ander risicoprofiel dan wanneer men de aandelen rechtstreeks in bezit heeft, en het is afhankelijk van een fiscale behandeling die in principe zou kunnen veranderen.

Drie dingen die je zelf kunt doen

  • Kijk naar de eerste letters van de ISIN: IE staat voor Ierland, LU voor Luxemburg en NL voor Nederland. Het kost maar een paar seconden en geeft direct aan welke verdragsregeling van toepassing is.
  • De volledige naam van de benchmark: een netto-totaal rendementsindex herbelegd dividenden na aftrek van het hoogste tarief dat geldt voor een belegger die helemaal geen voordeel uit een belastingverdrag geniet. Voor Amerikaanse aandelen betekent dat 30 %. Aangezien een Iers fonds in werkelijkheid 15 % uitkeert, kan het structureel beter presteren dan zijn eigen netto-benchmark. Een bruto-totaal rendement benchmark gaat uit van geen bronbelasting, waardoor dit een veel zwaardere toets is.
  • Verschil in prestaties: dit is het eerlijke, samengevatte beeld. Het vat de kosten, inkomsten uit effectenuitlening en belastinglast samen in een enkel cijfer. Vergelijk dit met de totale kostenratio (TER): een fonds dat aanzienlijk slechter presteert dan zijn index, terwijl de kosten hoger liggen, vertelt je iets dat de factsheet je niet vermeldt.
Dividendlekkage is zelden de doorslaggevende factor, maar het speelt een rol die bijna net zo belangrijk is als de kosten die beleggers nauwlettend in de gaten houden, en het staat nergens op de factsheet vermeld. Weten hoe je ernaar moet kijken om de belangrijkste verschillen te onderscheiden, is het grootste deel van het werk.
Free membership
Free membership
Create your personal ETF portfolio: Plan & simulate your ETF strategy.
Sign up for free
 
Become an ETF expert with our monthly newsletter
 
Sign up free now